Terug

“Praat vandaag over morgen”

Dit artikel verscheen in Zorgwijzer, het magazine van Zorgnet-Icuro

Publiekscampagne over ouder worden en de toekomst van de zorg

De vergrijzing leidt tot ongeziene uitdagingen. Nederland maakt het toekomstige zorgtekort bespreekbaar met ‘Praat vandaag over morgen’. “Een inspirerende campagne”, vindt Bernadette Van den Heuvel, directeur woonzorg van Zorgnet-Icuro. Ze spoort Belgische beleidsmakers aan tot actie: “Men doet nog altijd alsof je op elk willekeurig moment een blik zorgverleners kan opentrekken. Sorry, maar die tijd is definitief voorbij.”

Praat vandaag over morgen’ legt onze noorderburen enkele pertinente vragen voor. Hoe organiseren we straks haalbare en betaalbare ouderenzorg? Hoe wil jij graag oud worden? En welke rol kan je sociale omgeving daarin spelen? ActiZ zit achter de campagne. Dat is de branchevereniging van zo’n 400 zorgorganisaties, die met bijna 500.000 medewerkers ruim 2 miljoen Nederlandse cliënten verzorgen. Sanne Boon van ActiZ legt uit waarom ‘Praat vandaag over morgen’ onafhankelijk in de markt werd gezet. “De uitdaging waarvoor we staan overstijgt één zorgorganisatie, minister of bevolkingsgroep. Ouderenzorg gaat iedereen aan. We kunnen en mogen het gesprek daarover niet langer uitstellen. ‘Praat vandaag over morgen’ doet een appel op élke Nederlander.”

 

Praat vandaag over morgen
Praat vandaag over morgen in station Eindhoven

 

We trekken dit niet

Net zoals België vergrijst Nederland pijlsnel. Boon: “Tegen 2040 verdubbelt het aantal 90-plussers en het aantal mensen met dementie. Ook de groep 65-plussers stijgt fors: van 3,1 miljoen vandaag tot 4,8 miljoen in 2040. Terzelfdertijd daalt het aantal mensen dat in de zorg werkt. Eigenlijk missen we vandaag al zorgende handen. Die krapte zal alleen maar toenemen. Samengevat: we trekken dit niet als zorgorganisatie. Het zal ons petje te boven gaan.” Ligt de Nederlander daarvan wakker? “Te weinig”, weet Boon. “Een publieksbevraging (2023) leert dat slechts 13% van de Nederlanders iets geregeld heeft voor later. Oud worden is voor velen een ver-van-mijn-bed-show: meer dan de helft praat er nooit over. Zelfs oudere mensen vermijden het thema. Niemand wil oud worden, het heeft een negatieve connotatie. Toch is het gesprek daarover meer dan ooit nodig. Veel mensen hebben hun hele leven hard gewerkt en vinden goede ouderenzorg een verworven recht. Misschien hebben ze principieel gelijk, maar wat heb je daaraan als er straks te weinig professionals zijn?”

Sanne Boon: “Veel mensen hebben hun hele leven hard gewerkt en vinden goede ouderenzorg een verworven recht. Misschien hebben ze principieel gelijk, maar wat heb je daaraan als er straks te weinig professionals zijn?”

‘Praat vandaag over morgen’ vertrekt precies vanuit die zorgkloof. “We maken mensen bewust van de uitdaging en moedigen hen aan om erover te spreken: met elkaar, met zorgverleners, met beleidsmakers die hen vertegenwoordigen. Dat is een ethisch-maatschappelijk vraagstuk. Inzetten op extra zorgpersoneel zal niet voldoende zijn. We hebben nood aan een systemische shift waarbij informele en buurtgerichte zorg een grotere rol spelen. Dat laatste is meer een kwestie van moeten dan van willen. Naarmate Nederland verder vergrijst, zal de oplopende zorgvraag zichtbaarder worden. Door plaatsgebrek in woonzorgcentra zullen mensen bijvoorbeeld langer thuis wonen. Je zal meer ouderen op straat zien: soms mensen met extra ondersteuningsnoden. Buurtbewoners zullen die groep niet zomaar kunnen negeren. Noem het gerust een onvermijdelijke vermaatschappelijking van zorg.”

 

Sanne Boon
Sanne Boon: “Naarmate Nederland verder vergrijst, zal het zorgtekort steeds zichtbaarder worden”

 

Praat met je omgeving

Boon: “Campagnemedewerkers vroegen in stations hoe mensen hun oude dag zien. ‘Praat vandaag over morgen’ verspreidt ook gesprekskaarten in welzijnsorganisaties, gemeenten, zorgvoorzieningen en bedrijven. Daarnaast vuren we het publieke debat over de vergrijzing aan. Opiniemakers en bewindvoerders moeten mee.” Toch is volgens Boon vooral een gesprek met je naasten belangrijk. Een ActiZ- publieksbevraging (2023) toont dat 75% van de Nederlanders bereid is om voor zijn eigen partner te zorgen. 64% van de mensen wil ook voor buren of vrienden zorgen. Veel mensen zijn bereid om zich nu al op hun oude dag voor te bereiden. Maar in de praktijk stellen ze broodnodige regelingen te lang uit. Het wijst op de meerwaarde van een brede publiekscampagne over ouder worden en de toekomst van de zorg. ‘Praat vandaag over morgen’ geeft mensen – hopelijk – een duwtje in de goede richting.” 

Hoe praat je dan over die oude dag? “Vertel familieleden, buren en mensen uit je netwerk hoe je de toekomst ziet”, adviseert Boon. “Peil vervolgens of zij daarin een rol willen spelen. Informeer je ook rond buurtwerking, professionele zorgmogelijkheden en manieren om je huis klaar te maken voor je oude dag. Dat zijn maar enkele mogelijke pistes. Belangrijk is om zicht te krijgen op alle mogelijke ondersteuningsvormen: formeel en informeel. Bewustwording en maatschappelijk debat vormen de eerste stap. Pas daarna volgt gedragsverandering.”

Zorginfarct

Bernadette Van den Heuvel, directeur woonzorg bij Zorgnet-Icuro, vindt de Nederlandse campagne inspirerend. “Dat ze er kwam op initiatief van ActiZ vind ik sterk”, begint ze. “Men durft ook man en paard te noemen: we stevenen af op een zorginfarct, dit gaat ons niet lukken. Het is de verdienste van ActiZ om dit expliciet op de agenda te zetten.” Van den Heuvel kijkt met een bang hart naar België. “Mensen beseffen te weinig wat er op ons afkomt. Men praat hier geregeld over vroegtijdige zorgplanning en de zorg ‘in eigen beheer’ houden. Maar wat baten planningen als er straks onvoldoende professionele zorg en mantelzorg beschikbaar is? Zowel in ziekenhuizen, woonzorgcentra als in de thuiszorg stellen zich vandaag al gigantische problemen. We weten al 30 jaar dat de vergrijzing eraan komt. Zorgvragen zullen talrijker én complexer worden. Beleidsmakers moeten die uitdaging proactief vastpakken. Bijvoorbeeld door (toekomstige) zorgnoden in kaart te brengen en een capaciteitsplanning te maken. Gouverner, c’est prévoir; et ne rien prévoir, c’est courir à sa perte. Ik mis een algemeen gevoel van urgentie. Politici doen nog altijd alsof the sky the limit is. Alsof je op elk willekeurig moment een nieuw blik zorgverleners kan opentrekken. Sorry, maar die tijd is definitief voorbij.”

Bernadette Van den Heuvel: “Gouverner, c’est prévoir ; et ne rien prévoir, c’est courir à sa perte. Ik mis een algemeen gevoel van urgentie

Net zoals de gemiddelde Nederlander, denkt ook de Belg nog niet aan ouder worden. Dat blijkt uit een bevraging in opdracht van de Koning Boudewijnstichting. En ook wij verwachten dat er professionele zorg zal klaarstaan. Al vreest ruim de helft van de respondenten bij gezondheidsproblemen op niemand of hooguit twee personen te kunnen rekenen. “Zeker de Vlaming houdt graag zelf alle touwtjes in handen”, aldus Van den Heuvel. “Die wens tot zelfsturing zit onder andere in ‘Bepaal je eigen verhaal’. Met die campagne wil de Vlaamse ouderenraad senioren een luidere stem geven in ons ouderenzorgbeleid. Terecht uiteraard, men beslist nog te vaak over de hoofden van ouderen heen. Maar ‘Bepaal je eigen verhaal’ ademt duidelijk het principe van ‘ik betaal, dus ik bepaal’. Jij kiest de zorg die je wenst, de verzorgingsstaat levert ze. Bijna zoals in een supermarkt. Ik vrees dat de realiteit die wens zal inhalen. Misschien zullen alleen mensen met zware zorgbehoeften in de toekomst nog kunnen rekenen op professionele zorg. Zowel in Nederland als in België.”

Fundamenteel debat

‘Praat vandaag over morgen’ maakt die ongemakkelijke waarheid bespreekbaar. Hoe ondervangen we het tekort aan professionele zorgverleners? Welke maatschappelijk antwoorden zijn er nodig? En welk gesprek moeten we vandaag voeren om iedereen morgen een kwaliteitsvolle oude dag te geven? “Ook België verdient zo’n fundamenteel debat”, stelt Van den Heuvel. “Het klinkt zweverig, maar au fond hebben we nood aan een ander waardenpatroon, voorbij het individualisme. Zonder spontane zorg voor kwetsbare buren of familieleden zal het immers niet lukken. Je kan en mag ook niet alles verwachten van mantelzorgers. Zij staan al onder druk. Velen zijn nog aan het werk, zorgen voor de kleinkinderen én hun ouders. Dat zijn drie jobs. Als je meer van die groep verwacht, moet je hen ook beter ondersteunen. Onze huidige arbeidsorganisatie nodigt onvoldoende uit tot onbetaalde zorg voor anderen. We moeten allemaal presteren, niemand heeft tijd. Nochtans geloof ik stellig dat mensen graag wíllen zorgen voor buren of familieleden, maar ze moeten dat ook kunnen.”

 

Bernadette
Bernadette Van den Heuvel : “Au fond hebben we nood aan een ander waardenpatroon, voorbij het individualisme”

 

Zorgzame buurten

Van den Heuvel stelt haar hoop op zorgzame buurten. “Buurtzorg en nauwere sociale verbanden bieden een uitweg. Je kan lokaal afspreken wie welke basiszorg opneemt voor kwetsbare mensen in de gemeenschap. Dat gaat soms over kleine dingen zoals ’s morgens de rolluiken optrekken. Zoiets klinkt misschien banaal, maar iemand moet het wel doen. Als gezinszorg of thuisverpleging alleen nog tijd heeft voor hoogdringende of complexe zorgtaken, zijn we meer aangewezen op elkaar.” Sanne Boon is hoopvol wat dat laatste betreft. “Tijdens corona zagen we hoe mensen spontaan zorg droegen voor elkaar. Deels omdat het niet anders kon, deels omdat zorg dragen betekenisvol is en verbindt. Al moet de overheid wel een handje toesteken. Stel bijvoorbeeld dat je je ouders wil opvangen in een zorgwoning in je tuin. In Nederland is de regelgeving om zo’n woning te plaatsen erg complex. Dat zou niet mogen. Het is vandaag ook moeilijk om mantelzorg te bieden. Het aantal mantelzorgers blijft dalen in de komende jaren. Geen goed nieuws, want hun zorgbijdrage is belangrijk. Een betere omkadering is nodig, bijvoorbeeld onder de vorm van een mantelzorgsubsidie en begeleiding. ActiZ zet alvast in op samenwerking met de wijkverpleging.”

Ook Van den Heuvel spoort overheden aan tot actie. Een eerste werf is de organisatie van de zorg zelf. “Als je inzet op meer dagopnames in ziekenhuizen, moet je dat opvangen met extra thuiszorg. Als je meer geriaters of verpleegkundigen wil, moet je die opleidingen promoten aan hogescholen en universiteiten. Als je wil dat mensen langer thuis wonen, moet je investeren in veilige, zorgzame buurten en gemeenschapszin. Alles hangt met elkaar samen. We hebben nood aan elderly care in all policies.” Ze wijst ook op het belang van meer preventie, om zo lang mogelijk gezond blijven. Daar zijn we nog lang niet. “Ons zorglandschap valt uiteen in een kluwen van actoren en bevoegdheden. Ziekenhuizen zitten op het federale niveau, ouderenzorg, welzijn, en zorgopleidingen zijn Vlaams. Dat maakt een daadkrachtig, overkoepelend beleid moeilijk. Maar er is geen andere weg. Ofwel organiseer je eenheid van commando, ofwel ga je beter samenwerken. Punt.”

Potentieel aanboren

“Je kan en mag ook niet alles van de burger verwachten”, besluit Van den Heuvel. “Misschien schuilt daar het gevaar van campagnes als ‘Praat vandaag over morgen’. Zeker, iedereen zal een inspanning moeten leveren. Maar extra mantel-, buurt-of gemeenschapszorg ontslaat de bevoegde overheden niet van hun verantwoordelijkheid. Beleidsmakers moeten die gemeenschapszorg voldoende faciliteren: door in te zetten op een haalbare werk-privébalans, door mantelzorgers beter te ondersteunen en waarderen. Of door onbenut zorgpotentieel aan te boren.” Op dat laatste vlak ziet ze een belangrijke rol weggegeld voor jonggepensioneerden. “Vaak zijn ze nog erg actief en, belangrijk, bereid om bij te springen in zorgtaken in de buurt. Die motivatie moeten we verzilveren. Anders lukt het niet.”  

 

TEKST: THOMAS DETOMBE – BEELD: ACTIZ EN JONATHAN RAMAEL